Scenedoku
Logicazaken op de plaats delict
De brugmarkt van Hortobágy
Hortobágy, de nacht van de brugmarkt · de csárda van 1699 en de Negenogenbrug · de herbergier is verdwenen · Moeilijkheid: Rechercheur 5 · 8×8
Bij de csárda van Hortobágy loopt de gelagkamer in de nacht van de brugmarkt nooit leeg. Na middernacht was Valér, de waard, nergens meer te vinden. Acht mensen waren bij de csárda: Valérs vrouw, de barman, de kokkin, twee herders, een schilderes, een veedrijver – en Valér zelf. Valér werd dood gevonden. De dageraad brak zonder hem aan.
Regels
- Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
- „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (het water, de bomen, de postkoets, de kar, de lantaarns, de balie, de tafel, de ketel, het fornuis, de zwengelput, het vat, het riet en de wilg) kunnen niet bezet worden; de bruggen, de hooibalen, het paard, de banken en de stoel wel.
- Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een gast” = de persoon in de rij direct erboven was een gast, in eender welke kolom; „de noordelijkste persoon in zijn gebied” = niemand anders in zijn gebied was in een rij hoger.
- De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied. Het slachtoffer legde geen verklaring af – zijn vakje volgt ook uit die van de anderen.
Verklaringen
- Ágnes (de vrouw van de herbergier): Ze was de enige persoon op de brug.
- Barna (de barman): Er stond een hooibaal ergens in zijn rij. Hij was naast het water.
- Cecília (de kokkin): Er was minstens één andere persoon in haar gebied.
- Dániel (csikós – paardenhoeder): Er stond een lantaarn ergens in zijn kolom. Hij was ten noorden van Cecília.
- Elek (gulyás – veehoeder): Het paard was ergens in zijn rij. Hij was direct naast een gebied waar niemand was.
- Fanni (schilderes uit Debrecen): Ze was naast een bank.
- Gáspár (veedrijver): Het vat stond ergens in zijn kolom. Iemand anders in zijn gebied was naast het vat.
- Valér (de herbergier): Het slachtoffer. Hij was alleen met de moordenaar.