🕵️

Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

De regels van de camping

Een camping aan het Balatonmeer · een augustusnacht in 1984 · niemand betreedt de kampeerplek van een ander · Moeilijkheid: Inspecteur 7 · 10×10

Het Balatonmeer, een augustusnacht in 1984, een kleine camping aan de oever. Vijf vaste gasten huren elke zomer dezelfde kampeerplek, elke kampeerplek is bekend onder de naam van haar eigenaar, en de camping heeft één regel die niemand overtreedt: je betreedt de kampeerplek van een ander alleen als de eigenaar er ook is. Kort na middernacht werd Valdemár, die voor de helft van de camping Duitse marken in forints wisselde, dood gevonden in een boot bij de Steiger. Er waren nog negen mensen buiten: de vijf eigenaren van een kampeerplek en vier plaatselijke bewoners. Een van hen is de moordenaar. Lees elke verklaring, zoek ieders vakje op het plan en ontmasker de moordenaar – alleen met Valdemár op de Steiger.

Regels

  1. Niemand was op de kampeerplek van een ander, tenzij de eigenaar er ook was.
  2. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  3. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (de tenten, de caravans, de bomen, de fietsen, de koelboxen, de douche, de wasbak, de toonbank, de vaten, de parasol, het kampvuur, het riet en de lamp) kunnen niet bezet worden; de Trabant, de ligstoelen, de hangmat, de barkruk, de boten en de bank wel.
  4. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.

Verklaringen

  • Annelie (een lerares uit Leipzig): Ergens in haar kolom was een vat.
  • Bernd (een caravanbezitter uit München): Hij was op de bank, op de barkruk, in een ligstoel, in de hangmat, in een boot of in de Trabant.
  • Csaba (een ingenieur uit Boedapest): Er was precies één andere persoon in zijn gebied.
  • Dörte (een verpleegkundige uit Dresden): Ze was niet in een hoek van haar gebied.
  • Erzsébet (een weduwe uit Pest): Ergens in haar rij was een tent.
  • Fanni (de serveerster van het buffet): Ze was naast de Trabant, en een andere vrouw ook.
  • Géza (de campingbeheerder): Het kampvuur was ergens in zijn kolom.
  • Heinz (een nachtelijke hengelaar): Hij was bij Géza.
  • Irén (de strandwacht): Er was geen man in haar gebied.
  • Valdemár (de geldwisselaar): Het slachtoffer. Hij werd gevonden op de Steiger, in een boot – alleen met de moordenaar.

← Zaken