Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

De paasvormen

Brugge, nacht van Stille Zaterdag · een chocolatier aan de gracht · eieren voor de klokken, één meester ontbreekt · Moeilijkheid: Rechercheur 5 · 8×8

Brugge, de nacht voor Pasen. In het kleine chocoladeatelier aan de gracht werd tot laat gewerkt. Valentijn merkte dat zijn cacaoleverancier hem een goedkoop mengsel verkocht met het etiket „van één plantage” en wilde het contract verbreken. Rond middernacht hield het temperen op en niemand antwoordde. Valentijn werd dood gevonden. Er waren nog zeven mensen in het huis. Het contract bleef van kracht.

Regels

  1. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  2. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (het water, de balie, de plank, de potplant, de boekenkast, het bureau, de staande klok, de tafels, de ketel, de gootsteen, de transportband, de weegschaal, het karretje, de koelkast, de kapstok, de fiets, de boom en het krat) kunnen niet bezet worden; de boot, de stoelen, de kruk en de bank wel.
  3. Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „ten noorden van Ferre” = in een rij hoger, in eender welke kolom.
  4. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied. Het slachtoffer legde geen verklaring af – zijn vakje volgt ook uit die van de anderen.

Verklaringen

  • Axelle (zijn vrouw, runt de winkel): Ze was alleen in haar gebied. Ze was in een hoek van haar gebied.
  • Bavo (zijn zoon, de boekhouder): Hij was de enige persoon naast een stoel. De boekenkast stond ergens in zijn gebied.
  • Caro (zijn nicht, de decoratrice): Ze was de enige persoon naast de boom.
  • Dries (de leerling): Een tafel stond ergens in zijn kolom.
  • Eline (de inpakster): Ze was in de cacaoopslag.
  • Ferre (de cacao-importeur): Er was een andere man in zijn gebied. De bank stond ergens in zijn kolom.
  • Griet (een foodschrijfster): Ze was ten noorden van Ferre. Een stoel stond ergens in haar kolom.
  • Valentijn (de chocolatier): Het slachtoffer. Hij was alleen met de moordenaar.

← Zaken