Scenedoku
Logicazaken op de plaats delict
De eerste verdieping
Eiffeltoren, 57 meter hoog · sluitingstijd · de laatste lift ging naar beneden zonder de hoofdgids · Moeilijkheid: Agent 4 · 8×8
De eerste verdieping van de Eiffeltoren: een ring zevenenvijftig meter boven het Champ-de-Mars, met een restaurant en een cadeauwinkel. Bij sluitingstijd telt het personeel de verdieping leeg, maar die avond klopte de telling niet: Valérie, de hoofdgids, kwam niet met de laatste lift naar beneden. Valérie meegerekend bleven er acht mensen boven. Ze werd dood gevonden. De lichten van de stad bleven beneden branden.
Regels
- Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
- „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (de telescopen, de lampen, de balie, de tafels, de espressomachine, de plank, de kar, de trap, het bedieningspaneel, de automaat, het projectiescherm en de vlaggenmast) kunnen niet bezet worden; de banken en de stoelen wel.
- Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een vrouw” = de persoon in de rij direct erboven was een vrouw, in eender welke kolom; „de noordelijkste persoon in haar gebied” = niemand anders in haar gebied was in een rij hoger.
- De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied. Het slachtoffer legde geen verklaring af – ook haar vakje volgt uit die van de anderen.
Verklaringen
- Antoine (liftbediende): Hij was naast de plank. Precies één rij ten noorden van hem was iemand naast de balie.
- Brigitte (restaurantmanager): Ze was niet in een hoek van haar gebied.
- Claude (ober): Hij was de enige man naast een bank. De vlaggenmast stond ergens in zijn gebied.
- Dominique (winkelmedewerkster): Ze was de enige persoon naast het projectiescherm.
- Estelle (fotografe): De vlaggenmast stond ergens in haar kolom. Ze was niet naast een lamp.
- Fabien (toerist uit Lyon): Ergens in zijn kolom stond een stoel. Hij was niet alleen in zijn gebied.
- Gaëlle (architectuurstudente): Ze was de noordelijkste persoon in haar gebied.
- Valérie (de hoofdgids): Het slachtoffer. Ze was alleen met de moordenaar.