🕵️

Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

Toen het licht weer aanging

Engels landhuis · een zaterdagavond in 1926 · in het donker wisselde iedereen van plaats · Moeilijkheid: Hoofdinspecteur 9 · 16×16

Zaterdagavond in Landhuis Larkmoor: na het diner stelde de gastheer, scheepsmagnaat Verner, een rondje van het gezelschapsspel „Moord in het donker” voor, en de hoofdschakelaar werd omgezet. Een paar minuten lang was het hele huis pikdonker. Familie, gasten en personeel tastten zich van kamer naar kamer, en niemand kwam terecht waar hij begonnen was – iedereen had van plaats gewisseld met iemand anders. Alleen Oscar, de ingehuurde pianist, deed niet mee aan het spel en bleef precies waar hij was. Toen het licht weer aanging, zat Verner dood in een fauteuil in de Bibliotheek – en dit keer was het geen spel. Iedereen kan je vertellen waar hij was toen het licht aanging; maar de moordenaar is degene die alleen was met Verner voordat het licht uitging.

Regels

  1. In het donker heeft elke verdachte van plaats gewisseld met precies één andere verdachte; alleen de pianist bleef waar hij was.
  2. Het bord toont waar iedereen was nadat het licht weer aanging, en de verklaringen ook – behalve de zinnen die beginnen met „Voordat het licht uitging”.
  3. Voordat het licht uitging was de moordenaar alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.
  4. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  5. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (de piano, de harpen, de grammofoon, de kasten, de boekenrekken, de tafels, de bureaus, de biljarttafel, de open haarden, de staande lampen, de kapstokken, de trappen, de gootstenen, de potplanten en de standbeelden) kunnen niet bezet worden; de stoelen, de fauteuils, de sofa’s en de tapijten wel. Twee voorwerpen zijn alleen hetzelfde soort ding als ze hetzelfde plaatje hebben: de biljarttafel en een bureau zijn geen tafels, een fauteuil is geen stoel. Een hoek van een gebied is een vakje van dat gebied dat aan de buitenkant grenst (aan een ander gebied of aan de rand van het bord) aan één horizontale en één verticale zijde.

Verklaringen

  • Aldous (de broer van de gastheer, een gepensioneerde kolonel): Hij was naast een potplant. Hij wisselde van plaats met een andere man.
  • Bryony (de vrouw van de gastheer): Iemand anders was naast dezelfde gootsteen als zij. Ergens in haar rij stond een bureau.
  • Clifford (de neef van de gastheer, een jonge advocaat): Ergens in zijn kolom lag een tapijt. Voordat het licht uitging, was hij in een hoek van zijn gebied.
  • Daphne (de dochter van de gastheer): Zij was niet naast een potplant. Voordat het licht uitging, was zij in de Galerij.
  • Euphemia (een modieuze romanschrijfster): Ergens in haar gebied stond een fauteuil. Zij wisselde van plaats met een personeelslid.
  • Francis (een Londense kunsthandelaar): Er was een familielid in zijn gebied. Voordat het licht uitging, stond er ergens in zijn kolom een fauteuil.
  • Geraldine (de vrouw van de dominee): Ergens in haar gebied stond de biljarttafel. Zij wisselde van plaats met een man.
  • Harvey (een Amerikaanse filmproducent): Er was een vrouw in zijn gebied. Voordat het licht uitging, was hij in de eerste kolom.
  • Isabel (een jonge actrice): Ergens in haar gebied stond een stoel. Voordat het licht uitging, was zij in de Muziekkamer.
  • Julian (de dorpsarts): Hij was de enige man die op een stoel zat. Voordat het licht uitging, zat hij in een fauteuil.
  • Kathleen (een societyfotografe): Iemand anders in haar gebied was naast een trap. Zij was op een fauteuil, een tapijt, een stoel of een sofa.
  • Lawrence (de butler): Hij en Harvey waren naast hetzelfde soort ding. Hij was op een fauteuil, een tapijt, een stoel of een sofa.
  • Mildred (het kamermeisje): Iemand anders in haar gebied was op een tapijt. Voordat het licht uitging, was zij in de Hal.
  • Nell (de kokkin): Voordat het licht uitging, stond er ergens in haar kolom een kast, en ergens in haar rij een potplant.
  • Oscar (de ingehuurde pianist): Hij was naast een tapijt.
  • Verner (de gastheer, een scheepsmagnaat): Het slachtoffer. Hij werd gevonden in de Bibliotheek, in een fauteuil.

← Zaken