Scenedoku
Alleen voor mij waar
De kantoorverdieping van een softwarebedrijf · teambuildingdag · iedereen zegt iets dat voor niemand anders waar is · Moeilijkheid: Inspecteur 8 · 16×16
Het softwarebedrijf Lumen hield zijn teambuildingdag op zijn eigen kantoorverdieping. Vanda, de trainer, opende met haar favoriete ijsbreker: „Vertel iets over jezelf dat hier voor niemand anders waar is.” Tegen de namiddag lag ze dood in de Trainingsruimte, naast de lezenaar. De inspecteur liet de vijftien collega’s – vijf ontwikkelaars, vijf medewerkers van verkoop en vijf ontwerpers – haar spel nog eens spelen: ieder moest zeggen waar hij of zij was op het moment van de moord, op een manier die waar is voor die persoon zelf en voor geen enkele andere verdachte. Een van hen was alleen met Vanda. Lees de verklaringen, zoek ieders vakje en noem de moordenaar.
Regels
- Elke verklaring is waar voor de verdachte die haar aflegde en voor geen enkele andere verdachte.
- Een verklaring van twee zinnen telt als één geheel: ze is alleen waar voor iemand als beide zinnen dat zijn.
- Het slachtoffer is geen verdachte.
- „Zat” = op een stoel, op een barkruk, op de sofa, op de bank, op een zitzak, op een poef of in een ligstoel, of in een fauteuil.
- Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
- „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met voorwerpen (de werkplekken, de potplanten, de kapstok, de tafels, de archiefkast, het grote scherm, de lezenaar, de luidspreker, de kluis, de trofee, het schilderij, de wereldbol, de automaat, het kluisje, het bord, de espressomachine, de gootsteen, de koelkast, de toonbanken, de serverkasten, de console, de plank, het krat, het karretje, de klok, de projector, de boekenkasten, de leeslamp, de fontein, het standbeeld, de kicker, de VR-bril, de arcadekast, de flipperkast, de parasols, het kruidenbed, de lantaarn, het bloemperk) kunnen niet bezet worden; de zitplaatsen – de stoelen, de barkrukken, de sofa, de fauteuils, de bank, de zitzakken, de poefs en de ligstoelen – en de hangmat wel. Een hoek van een gebied is een vakje van dat gebied dat aan de buitenkant (een ander gebied of de rand van het bord) grenst met één horizontale en één verticale zijde.
- „De bank was ergens in zijn kolom.” = op een van de vakjes van zijn kolom staat de bank, in welk gebied dan ook; hetzelfde geldt voor rijen.
- Richtingen verwijzen naar rijen en kolommen, niet naar dezelfde lijn: „Precies één rij ten noorden van hem was een verkoopster.” = de persoon in de rij direct boven de zijne is een verkoopster, in welke kolom dan ook; „Zij was ten zuiden van Oskar.” = zij was in een rij onder die van Oskar, in welke kolom dan ook.
- Een zin over de mensen in iemands gebied telt die persoon zelf nooit mee: „Er was iemand van verkoop in haar gebied.” = iemand anders daar werkte bij verkoop.
- De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.
Verklaringen
- Arvid (backend-ontwikkelaar): Iemand anders in zijn gebied was naast een werkplek.
- Bianka (frontend-ontwikkelaar): Zij zat. Er was iemand van verkoop in haar gebied.
- Corwin (database-engineer): De bank was ergens in zijn kolom.
- Daria (test-engineer): Zij was naast een tafel. Zij was in een hoek van haar gebied.
- Erik (DevOps-engineer): Iemand anders in zijn gebied was naast een fauteuil. Hij was in de Bibliotheek.
- Fabiola (key accountmanager): Zij was alleen in haar gebied.
- Gabor (verkoopdirecteur): De flipperkast was ergens in zijn kolom.
- Hanna (verkoopassistente): Ergens in haar gebied was een zitzak. Ergens in haar kolom was een zitzak.
- Ingmar (exportmanager): Precies één rij ten noorden van hem was een verkoopster. Hij was in het Atrium.
- Jasmin (manager klantrelaties): Iemand anders in haar gebied was naast de klok. Zij zat.
- Kenji (artdirector): Van de mensen in zijn gebied waren precies twee personen vrouwen.
- Linnea (illustrator): Ergens in haar gebied was een fauteuil. Zij was ten zuiden van Oskar.
- Malte (UX-ontwerper): Hij was naast een potplant.
- Noemi (grafisch ontwerper): Iemand anders was naast dezelfde tafel als zij. Zij was niet in een hoek van haar gebied.
- Oskar (animator): De kicker was ergens in zijn rij.
- Vanda (de trainer): Het slachtoffer. Zij werd gevonden in de Trainingsruimte, naast de lezenaar – alleen met de moordenaar.