Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

De spiegelgalerij

Monte Titano · een receptie bij valavond · niemand zag de moordenaar, zelfs niet in een spiegel · Moeilijkheid: Inspecteur 8 · 10×10

Viviana, eigenares van een oud palazzo hoog op de Monte Titano, gaf bij het vallen van de avond een receptie: een harp en een piano, en het kaarslicht dat door een galerij van spiegels steeds opnieuw werd verdubbeld. Toen de muziek even zweeg, was de gastvrouw nergens te zien – even later werd ze dood gevonden. In dat huis had iedereen iedereen in de gaten gehouden, al was het maar in een spiegel.

Regels

  1. Iedereen keek langs zijn eigen rij en kolom, in alle vier de richtingen. Een zichtlijn loopt over lege vakjes (de fauteuils, de sofa, de bank, de poef, de chaise longue en het tapijt inbegrepen), wordt bij elke spiegel 90° afgebogen en stopt bij elk ander voorwerp of bij de buitenmuur van het palazzo.
  2. Zien is wederzijds en niemand belemmert het zicht: iedereen op een zichtlijn wordt gezien, ook achter iemand anders.
  3. Niemand zag de moordenaar: geen enkele andere verdachte was op de zichtlijnen van de moordenaar – zelfs niet in een spiegel.
  4. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  5. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. De kamers van het palazzo gaan in elkaar over: de stippellijnen zijn de grenzen van de gebieden. Vakjes met een voorwerp (de spiegels, de boekenkast, de pilaren, de standbeelden, de kandelaar, de harp, de piano, de potplant, de staande klok, het schilderij) kunnen niet bezet worden; de fauteuils, de sofa, de bank, de poef, de chaise longue en het tapijt wel.
  6. „Ergens in zijn rij was de poef” = de poef bevindt zich op een van de vakjes van zijn rij, in welk gebied dan ook; „Ergens in haar gebied was een fauteuil” = op een vakje van het gebied waarin zij was.
  7. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.

Verklaringen

  • Ambra (juwelier): Zij zag niemand.
  • Bartolomeo (notaris): Hij was in de Balzaal.
  • Cristina (kunsthandelaarster): Ergens in haar gebied was een fauteuil. Zij en Gabriele waren elk naast hetzelfde soort voorwerp.
  • Davide (bankier): Hij was de enige man naast de poef. Hij zag precies twee mensen – beiden uit het huishouden.
  • Eleonora (harpiste): Iemand anders in haar gebied was naast het tapijt.
  • Federico (pianist): Hij zag niemand. Er was precies één andere persoon in zijn gebied.
  • Gabriele (majordomus): Hij zag Viviana. Hij was niet in de Voorkamer.
  • Hermes (ober): Ergens in zijn rij was de poef.
  • Ilenia (kamermeisje): Ergens in haar rij was de chaise longue.
  • Viviana (eigenares van het palazzo): Het slachtoffer. Zij werd gevonden in de Bibliotheek – alleen met de moordenaar.

← Zaken