Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

De Beletage

Paleis Schönbrunn · de avond van een privéconcert · de Grote Galerij was verlicht en de directrice was verdwenen · Moeilijkheid: Inspecteur 7 · 10×10

De beletage van Schönbrunn: de Grote Galerij, de Spiegelzaal en de andere staatsiezalen gaan in elkaar over. Na een privéconcert verspreidden de musici, de sponsors en het personeel zich door de zalen. Om elf uur was Viktoria, de paleisdirectrice, nergens te vinden. Tien mensen waren op de beletage. Viktoria werd dood gevonden; de toegift bleef uit.

Regels

  1. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  2. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (de biljarttafel, de schilderijen, de spiegel, het klavecimbel, de kandelaars, de tafels, de kamerschermen, de standbeelden, de tegelkachels, het bureau, de staande klokken, de wereldbol en de kast) kunnen niet bezet worden; de stoelen, de sofa’s en de fauteuils wel.
  3. Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een gast” = de persoon in de rij direct erboven was een gast, in eender welke kolom; „de noordelijkste persoon in haar gebied” = niemand anders in haar gebied zat in een rij hoger.
  4. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied. Het slachtoffer legde geen verklaring af – ook haar vakje volgt uit die van de anderen.

Verklaringen

  • Adelheid (gids): Er stond een kandelaar ergens in haar kolom. Er stond een kandelaar ergens in haar rij.
  • Burkhard (bewaker): Hij was de enige naast een kamerscherm. Hij was in de Vieux-Laque-kamer.
  • Christiane (restauratrice): Het klavecimbel stond ergens in haar gebied.
  • Dominik (violist): Er stond een fauteuil ergens in zijn kolom. Er stond een schilderij ergens in zijn gebied.
  • Eleonore (klavecinist): Ze was in de Blauwe Chinese Salon.
  • Friedrich (dirigent): Hij was de enige naast een sofa. Hij was ten noorden van Heinrich.
  • Gertrud (kunsthistorica): Ze was de oostelijkste persoon in haar gebied.
  • Heinrich (de sponsor van het concert): Er stond een fauteuil ergens in zijn gebied. Hij was alleen met een vrouw.
  • Isolde (journaliste): Ze was in het Ovaal Kabinet.
  • Viktoria (de paleisdirectrice): Het slachtoffer. Ze was alleen met de moordenaar.

← Zaken