Scenedoku
Logicazaken op de plaats delict
De klasfoto’s
Een oud gymnasium · de reünie na 25 jaar · vier klassen, vier blokken · Moeilijkheid: Hoofdinspecteur 10 · 16×16
Vijfentwintig jaar na het eindexamen kwam de lichting van 2001 terug naar het oude gymnasium voor de reünie. Dat jaar waren er vier klassen geweest – Latijn, wetenschap, muziek en sport – en de fotograaf hing de vier oude klasfoto's in de gang. Toen de bel ging voor de eerste foto, werd Vita, de sprintster van de sportklas, dood gevonden in de gang. Iedereen was waar de bel hem of haar trof.
Regels
- De leden van een klas waren in opeenvolgende rijen en in opeenvolgende kolommen.
- Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
- „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met voorwerpen (de boekenkasten, de bureaus, de wereldbollen, de kluisjes, de camera, de trofee, de wasbakken, de microscoop, de vitrinekast, de piano, het drumstel, de contrabas, de muziekstandaard, het standbeeld, de tafels, het schilderij, de kapstokken, de gordijnen, de lezenaar, de vlaggenmast, de potplanten, de klokken, het schoolbord, de waterkoker, de bomen, de fontein, het bloemperk, het scorebord, de ballenmand, de klimwand, de balie, de automaat en de douche) kunnen niet bezet worden; de stoelen, de fauteuils, de krukken, de banken, de sofa en de crashmat wel. Een fauteuil is geen stoel. Een hoek van een gebied is een vakje van dat gebied dat aan een horizontale en aan een verticale zijde naar buiten grenst (aan een ander gebied of de rand van het bord).
- Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een man” = de persoon in de rij direct boven de zijne is een man, in eender welke kolom.
- „Ergens in haar kolom was een bank” = op een van de vakjes van haar kolom ligt een bank, in welk gebied dan ook; „ergens in zijn gebied was de klimwand” = op een vakje van het gebied waarin hij was. „Hij en Claudia waren naast hetzelfde soort ding” = naast voorwerpen van hetzelfde type; het hoeft niet hetzelfde exemplaar te zijn. „Er was een vrouw in zijn gebied” = minstens één vrouw behalve hijzelf; „er was geen man in haar gebied” = helemaal geen man.
- De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.
Verklaringen
- Amanda (een advocate): Zij zat.
- Brandon (een boekhandelaar): Hij was alleen in zijn gebied.
- Claudia (een museumconservator): Zij zat.
- Dave (een journalist): Hij en Claudia waren naast hetzelfde soort ding.
- Ella (een vertaalster): Er was geen man in haar gebied. Zij was in een hoek van haar gebied.
- Franklin (een apotheker): Hij was naast een bureau.
- Gwenda (een dierenarts): Ergens in haar kolom was een bank.
- Harry (een scheikundeleraar op de oude school): Er was een vrouw in zijn gebied.
- Ishani (een chirurge): Zij was in een hoek van haar gebied.
- Josie (een celliste): Er was een man in haar gebied.
- Kyle (een geluidstechnicus): Ergens in zijn gebied was de klimwand. Precies één rij ten noorden van hem was een man.
- Luna (een zanglerares): Precies één rij ten noorden van haar was een vrouw.
- Marcel (een muziekproducent): Hij en Josie waren naast hetzelfde soort ding.
- Nate (een voetbaltrainer): Hij was niet in de Gang.
- Oona (een fysiotherapeute): Zij was in een hoek van haar gebied.
- Vita (een gymlerares): Het slachtoffer. Zij werd gevonden in de Gang – alleen met de moordenaar.