Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

De zalmkwekerij

Zalmkwekerij aan een fjord · de nacht voor de oogst · de netkooien zaten vol en de bedrijfsleidster was verdwenen · Moeilijkheid: Inspecteur 8 · 9×9

De zalmkwekerij ligt aan een fjord, twee uur ten noorden van Bergen; in de nacht voor de oogst gaat niemand naar bed. Om drie uur 's nachts voer de voerschuit nog, brandde in het laboratorium het licht, en Vigdis, de bedrijfsleider, was nergens te zien. Negen mensen waren er: drie arbeiders, de dierenarts, de boekhouder, de laborant, een koper en de inspecteur. Vigdis werd dood gevonden. De oogst ging niet door.

Regels

  1. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  2. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (de bolder, de kratten, het opgetrokken bootje, de reddingsboei, de lier, de vaten, het bureau, de weegschaal, de gootstenen, de microscoop, de kast, de plank, het fornuis, de tafel, de heftruck en de boom) kunnen niet bezet worden; de banken, de krukken, de stoelen, het bed en de fauteuil wel.
  3. Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een vrouw” = de persoon in de rij direct erboven was een vrouw, in eender welke kolom; „de noordelijkste persoon in haar gebied” = niemand anders in haar gebied was in een rij hoger.
  4. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied. Het slachtoffer legde geen verklaring af – ook haar vakje volgt uit die van de anderen.

Verklaringen

  • Astrid (voerverzorgster): Ze was de enige persoon naast een krat.
  • Bjørn (de duiker): Precies één rij ten noorden van hem was een vrouwelijke kwekerijarbeider. Er stond een bank ergens in zijn kolom.
  • Cecilie (schipper): Heeft geen verklaring afgelegd.
  • Dag (de visdierenarts): Hij was de enige man naast de kast. Hij was de oostelijkste persoon in zijn gebied.
  • Eirik (de boekhouder): Hij was de enige persoon naast het bureau.
  • Frida (de laborante): Ze was niet in een hoek van haar gebied. Ze was de zuidelijkste persoon in haar gebied.
  • Gunnar (inkoper uit Bergen): Hij was de enige persoon naast de fauteuil.
  • Hege (inspectrice, Directoraat voor Visserij): Ze was alleen in haar gebied. De heftruck stond ergens in haar gebied.
  • Vigdis (de bedrijfsleidster): Het slachtoffer. Ze was alleen met de moordenaar.

← Zaken