Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

Nachtploeg

Een distributiecentrum · de nachtploeg · elke scanner logt alleen in langs één rij of één kolom · Moeilijkheid: Hoofdinspecteur 10 · 16×16

Dock 16, een distributiecentrum langs de snelweg, twee uur ’s nachts. De nachtploeg werkt de achterstand van het hoogseizoen weg: orderpickers, drie heftrucks, een inpaklijn die geen minuut stilstaat. Vlad, de ploegleider, gaf bij het begin van de dienst iedereen een genummerde scankaart. Om tien over twee antwoordde hij niet op de radio: hij lag dood in de Ontvangst, naast een krat. De dienst kwam die dag niet ten einde.

Regels

  1. Iedereen kreeg een genummerde kaart (1–16), op elke kaart staat een ander nummer, en iedereen was in de rij of kolom met het nummer van de eigen kaart.
  2. De rijen worden van boven naar beneden en de kolommen van links naar rechts genummerd, van 1 tot 16, zoals aan de rand van het bord.
  3. Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  4. De rijen zijn genummerd 1–16 van boven naar beneden, de kolommen 1–16 van links naar rechts, zoals langs de randen van het bord. Op elke kaart staat een ander nummer van 1 tot 16.
  5. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met voorwerpen (de planken, de kratten, de heftrucks, de transportband, de pionnen, de lockers, de tafels, de vaten…) kunnen niet bezet worden; de stoelen, de banken en de krukken wel. Een hoek van een gebied is een vakje van dat gebied dat aan de buitenkant grenst (aan een ander gebied of aan de rand van het bord) aan één horizontale en één verticale zijde.
  6. Richtingen slaan op rijen, niet op dezelfde kolom: „precies één rij ten noorden van hem was een man” = de persoon in de rij direct erboven is een man, in eender welke kolom.
  7. „Ergens in haar rij was een stoel” = er is een stoel op een van de vakjes van haar rij, in eender welk gebied; „ergens in zijn gebied” = op een vakje van het gebied waar hij was. „Direct naast een gebied waar niemand was” = een vakje direct links, rechts, erboven of eronder van hem hoort bij een ander gebied, en in dat gebied was niemand.
  8. „Zij was de enige vrouw naast een pion” = geen enkele andere vrouw was naast een pion. De kantoormedewerkers zijn Melinda, Nils, Odessa en Vlad.
  9. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.

Verklaringen

  • Audrey (orderpicker): Er was precies één andere persoon in haar gebied.
  • Brice (orderpicker): Hij was in de Koelcel.
  • Claudia (orderpicker): Zij was de enige vrouw naast een pion.
  • Derrick (orderpicker): Hij was alleen in zijn gebied. Ergens in zijn gebied was een locker.
  • Enya (orderpicker, in haar eerste dienst): Ergens in haar rij was een krat. Zij was niet in een hoek van haar gebied.
  • Franklin (heftruckchauffeur): Hij was naast een plank.
  • Goldie (heftruckchauffeur): Zij was naast een plank.
  • Hunter (heftruckchauffeur): Er was een kantoormedewerker in zijn gebied.
  • Ivana (inpakker): Ze was niet alleen in haar gebied.
  • Jonah (inpakker): Hij was alleen in zijn gebied.
  • Kiara (inpakker): Ergens in haar rij was een stoel.
  • Liam (inpakker): Precies één rij ten noorden van hem was een man. Hij was naast een krat.
  • Melinda (de ploegleider): Ergens in haar rij was een stoel.
  • Nils (de bewaker): Hij was direct naast een gebied waar niemand was.
  • Odessa (de planner): Iemand anders in haar gebied was naast een pion.
  • Vlad (de leider van de nachtploeg): Het slachtoffer. Hij werd gevonden in de Ontvangst, naast een krat – alleen met de moordenaar.

← Zaken