Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

De verdwenen deurbordjes

Een landhotel · de laatste avond van het schilderwerk · zes deuren zonder bordje · Moeilijkheid: Hoofdinspecteur 9 · 16×16

Een landhotel op de laatste avond van het schilderwerk. De schilders hadden om beurten zes kamers leeggehaald, de koperen bordjes van de deuren gehaald en het meubilair opgestapeld waar plaats was; op de plattegrond van de politie dragen die kamers de nummers 1 tot 6. Vasilios, de eigenaar, werd dood gevonden in de Hal, onderaan de trap. De bordjes lagen nog in een krat.

Regels

  1. De schilders hadden zes deurbordjes weggehaald: de kamers 1–6 zijn, in willekeurige volgorde, de Bibliotheek, de Salon, de Eetkamer, de Studeerkamer, de Serre en de Biljartkamer.
  2. Het meubilair is opgestapeld waar plaats was, dus wat er in een genummerde kamer is, zegt niets over de naam ervan.
  3. „Op een stoel zat” = op een stoel; een fauteuil, een sofa, een bank, een ligbed en de kruk zijn geen stoelen.
  4. „Direct naast een gebied waar niemand was” = zijn vakje raakt aan de overkant van de muur een leeg gebied.

Verklaringen

  • Amelie (een gast, een vertaalster): Zij was in de Studeerkamer. Zij was de enige vrouw naast een ladder.
  • Brice (een gast, een wijnhandelaar): Hij was in de Eetkamer. Er was ergens in zijn kolom een fauteuil.
  • Cecile (een gast, een violiste): Zij was de enige vrouw die op een stoel zat.
  • Donna (een gast, een fotografe): Precies één persoon zat in een fauteuil – niet zij, maar iemand in haar gebied.
  • Edward (een gast, een antiquair): Er was ergens in zijn rij een open haard.
  • Francesco (een gast, een gepensioneerd kolonel): Hij was niet in de Serre. Er was ergens in zijn kolom een tapijt.
  • Gwyneth (een gast, een botanica): Er was een man in haar gebied. Zij was de enige vrouw naast een stoflaken.
  • Heloise (een gast, een romanschrijfster): Zij was alleen met iemand die op een tapijt was. Zij was in de Serre.
  • Iain (de voorman van de schilders): Hij was direct naast een gebied waar niemand was. Hij zat op een stoel.
  • Jake (een schilder): Hij zat op een stoel. Hij was bij Amelie.
  • Kelsey (de leerling van de schilders): Er was ergens in haar rij brandhout. Er was ergens in haar kolom een stoflaken.
  • Laura (de huishoudster): Zij was in de Salon.
  • Matthew (de portier): Iemand anders in zijn gebied was naast de kruk. Er was ergens in zijn kolom een tapijt.
  • Nadia (de kokkin): Zij was in de laatste rij.
  • Oleg (de receptionist): Hij was in de Biljartkamer. Hij was bij Cecile.
  • Vasilios (de eigenaar): Het slachtoffer. Hij werd gevonden in de Hal, naast de trap.

← Zaken