🕵️
Scenedoku
Logicazaken op de plaats delict
Het Balatonstrand
Een strand aan het Balatonmeer · een augustusmiddag in 1978 · de lángos werd koud · Moeilijkheid: Rechercheur 6 · 10×10
Het Balatonmeer, augustus 1978. Het strand was tot het laatste ligbed vol: vakantiegangers uit Boedapest, toeristen uit de DDR die hier elke zomer hun familie uit het Westen ontmoetten, de geur van lángos die vanaf het buffet kwam aanwaaien en waterfietsen die op het water dobberden. Valér, de strandbeheerder, kende ieders kleine geheimen – wie zonder vergunning kamers verhuurde, wie onder de populieren Duitse marken wisselde. In de middaghitte werd hij gevonden bij de bootverhuur, naast het kassahokje. Iedereen op het strand legt een verklaring af – zoek uit wie er alleen met hem was.
Regels
- Precies twee personen zaten op waterfietsen.
- Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
- „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (het riet, het water, de lamp, de rubberboot, de parasols, het kassahokje, de populieren, het kluisje, de tafel, de glijbaan, de douche, de toonbank, de koelkast en de fiets) kunnen niet bezet worden; de waterfietsen, de roeiboot, de ligbedden, de banken, de krukken en de schommels wel.
- Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een vrouw” = de persoon in de rij direct erboven is een vrouw, in eender welke kolom.
- De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied.
Verklaringen
- Ágota (lerares): De toonbank was ergens in haar kolom. Zij was naast een parasol.
- Balázs (ingenieur): Hij was alleen met een personeelslid.
- Csenge (studente): Zij was niet naast een bank.
- Donát (gepensioneerde spoorwegman): Precies één rij ten noorden van hem was een DDR-toerist.
- Edda (verpleegster uit Leipzig): Zij was de enige vrouw die op een waterfiets zat.
- Falk (automonteur uit Dresden): Hij was de enige naast een populier.
- Gitta (de lángosbakster): Zij was naast de toonbank.
- Huba (de strandwacht): Hij was op de Steiger.
- Ildikó (de kassière): Een waterfiets was ergens in haar kolom.
- Valér (de strandbeheerder): Het slachtoffer. Hij werd gevonden in de Bootverhuur, naast het kassahokje – alleen met de moordenaar.