Scenedoku
Hoogwater
Morwen Island, Cornwall · de nacht van het springtij, oktober 1898 · hoe ver was de zee gekomen? · Moeilijkheid: Inspecteur 8 · 12×12
Morwen Island ligt voor de kust van Cornwall; bij eb verbindt een dam het eiland met het vasteland. Aan de zuidkant loopt het strand in vier stroken af naar zee: het dichtst bij het water de Zandplaat, dan het Mosselveld, dan de Vloedlijn en het hoogst het Kiezel onder de Netschuren. In de nacht van het oktoberspringtij werd Vanora, die de enige herberg van het eiland dreef, dood gevonden in de Kruidentuin. De dam stond al onder water, dus de moordenaar was een van de elf mensen die die avond buiten op het eiland waren: zes eilandbewoners en vijf gasten van de herberg. Niemand kon achteraf zeggen hoe ver het water was gekomen – alleen dat wie op een overstroomde strook was, in een boot had gezeten. Wie heeft Vanora vermoord?
Regels
- Het tij had de stroken van het strand een voor een laten overstromen, te beginnen bij de zee, maar niemand weet hoeveel.
- Op een overstroomde strook waren mensen alleen in boten; op een droog gebleven strook waren de boten leeg.
- Elke rij en elke kolom bevat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
- „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met voorwerpen (het altaar, de kandelaar, de open haard, de tafels, de vaten, de put, de drinkbak, de appelbomen, de kruidenbedden, het bloemperk, de netrekken, de rol touw, de vuurtoren, de telescoop, de rotsen, de bosjes zeewier, de bolder en het anker) kunnen niet bezet worden; de banken, de barkrukken, de hooibalen en de boten wel. Twee voorwerpen zijn alleen hetzelfde soort ding als ze hetzelfde plaatje hebben.
Verklaringen
- Annick (de visvrouw): Zij was op het Mosselveld.
- Briac (de veerman): Hij was in een hoek van zijn gebied.
- Cerys (de herderin): Zij was in een boot.
- Donan (de koster): Hij was niet naast een hooibaal. Iemand anders in zijn gebied was naast een appelboom.
- Elowen (de nettenboetster): Zij was de enige vrouw naast een boot.
- Fingal (de vuurtorenwachter): Ergens in zijn gebied was een bank. Hij en Vanora waren naast hetzelfde soort ding.
- Gwilym (een schilder): Hij was naast een bosje zeewier.
- Hanne (een vogelaarster): Zij was in een hoek van haar gebied. Ergens in haar rij was een boot.
- Isidor (een antiekhandelaar): Hij was op het Kiezel. Ergens in zijn kolom was een vat.
- Juliette (een onderwijzeres): Zij was alleen in haar gebied.
- Kester (een landmeter): Hij was naast een bank waarop niemand zat. Hij was direct naast een gebied waar niemand was.
- Vanora (de herbergierster): Het slachtoffer. Zij werd gevonden in de Kruidentuin – alleen met de moordenaar.