Scenedoku

Logicazaken op de plaats delict

Het dorpspostkantoor

Emmental, vrijdag om zes uur · het postkantoor is net dicht · de gele postauto wacht op het plein · Moeilijkheid: Agent 4 · 8×8

Een dorp in het Emmental, een vrijdagavond in oktober. Om zes uur sloot het postkantoor; op het Dorpsplein wachtte de gele postauto op de rit van 18:12. Viktor, de chauffeur, ging naar de Laadplaats voor de laatste postzakken, maar kwam niet terug. Hij was de hele week chagrijnig: een kist prijswinnende kaas, die hij naar Bern zou brengen, was verdwenen. Viktor werd dood gevonden. De rit van 18:12 ging niet door.

Regels

  1. In elke rij en in elke kolom staat precies één persoon. Zodra je iemand plaatst, streep je zijn hele rij en kolom door.
  2. „Naast” = direct links, rechts, erboven of eronder, en in hetzelfde gebied. Vakjes met een voorwerp (de fiets, het karretje, het fornuis, de tafel, de plank, de kratten, de weegschaal, het bureau, de kluis, de balies, de staande klok, de appelboom, het bloemperk en de fontein) kunnen niet bezet worden; de stoelen, de kruk en de banken wel.
  3. Richtingen slaan op rijen en kolommen, niet op dezelfde lijn: „precies één rij ten noorden van hem was een vrouw” = de persoon in de rij direct erboven was een vrouw, in eender welke kolom; „de noordelijkste persoon in haar gebied” = niemand anders in haar gebied was in een hogere rij.
  4. De moordenaar was alleen met het slachtoffer: niemand anders was in dat gebied. Het slachtoffer legde geen verklaring af – ook zijn vakje volgt uit die van de anderen.

Verklaringen

  • Annelies (postmeesteres): Zij was alleen in haar gebied.
  • Beat (postbode): Hij was op het Dorpsplein.
  • Corinne (loketmedewerkster): De kluis was ergens in haar rij. Zij was naast de kluis.
  • Daniel (leerling): Hij was de enige persoon naast de staande klok.
  • Esther (lerares): Zij was niet bij Corinne. Het bureau was ergens in haar kolom.
  • Fabienne (kaasmaakster): Er was een man in haar gebied.
  • Gody (boer): Precies één rij ten noorden van hem was een vrouwelijke dorpeling. Hij was de enige persoon naast de plank.
  • Viktor (postautochauffeur): Het slachtoffer. Hij was alleen met de moordenaar.

← Zaken